HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← barnen — definition

Conjugation of barnen

Regular CEFR B1
ˈbɑrnə(n)

branden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik barn
jij / je barnt
hij / zij / het barnt
wij / we barnen
jullie barnen
zij / ze barnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik barnde
jij / je barnde
hij / zij / het barnde
wij / we barnden
jullie barnden
zij / ze barnden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik barne
jij / je barne
hij / zij / het barne
wij / we barnen
jullie barnen
zij / ze barnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik barnde
jij / je barnde
hij / zij / het barnde
wij / we barnden
jullie barnden
zij / ze barnden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij barn
jullie (archaïsch) barnt

Onbepaalde vormen

Infinitief
barnen
Tegenwoordig deelwoord
barnend
Voltooid deelwoord
gebarnd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary