HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← barbecueën — definition

Conjugation of barbecueën

Regular CEFR C2
ˈbɑrbəkjuə(n)

een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik barbecue
jij / je barbecuet
hij / zij / het barbecuet
wij / we barbecueën
jullie barbecueën
zij / ze barbecueën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik barbecuede
jij / je barbecuede
hij / zij / het barbecuede
wij / we barbecueden
jullie barbecueden
zij / ze barbecueden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik barbecueë
jij / je barbecueë
hij / zij / het barbecueë
wij / we barbecueën
jullie barbecueën
zij / ze barbecueën
Aanvoegende wijs — verleden
ik barbecuede
jij / je barbecuede
hij / zij / het barbecuede
wij / we barbecueden
jullie barbecueden
zij / ze barbecueden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij barbecue
jullie (archaïsch) barbecuet

Onbepaalde vormen

Infinitief
barbecueën
Tegenwoordig deelwoord
barbecueënd
Voltooid deelwoord
gebarbecued

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary