HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← barbieren — definición

Conjugation of barbieren

Regular CEFR B2
/ˌbɑrˈbiː.rə(n)/

to shave (typically shaving someone else as a barber) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik barbier
jij / je barbiert
hij / zij / het barbiert
wij / we barbieren
jullie barbieren
zij / ze barbieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik barbierde
jij / je barbierde
hij / zij / het barbierde
wij / we barbierden
jullie barbierden
zij / ze barbierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik barbiere
jij / je barbiere
hij / zij / het barbiere
wij / we barbieren
jullie barbieren
zij / ze barbieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik barbierde
jij / je barbierde
hij / zij / het barbierde
wij / we barbierden
jullie barbierden
zij / ze barbierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij barbier
jullie (archaïsch) barbiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
barbieren
Tegenwoordig deelwoord
barbierend
Voltooid deelwoord
gebarbierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary