HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bakkeleien — definition

Conjugation of bakkeleien

Regular CEFR B2
ˌbɑkəˈlɛi̯ə(n)

ruzie maken, kibbelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bakkelei
jij / je bakkeleit
hij / zij / het bakkeleit
wij / we bakkeleien
jullie bakkeleien
zij / ze bakkeleien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bakkeleide
jij / je bakkeleide
hij / zij / het bakkeleide
wij / we bakkeleiden
jullie bakkeleiden
zij / ze bakkeleiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bakkeleie
jij / je bakkeleie
hij / zij / het bakkeleie
wij / we bakkeleien
jullie bakkeleien
zij / ze bakkeleien
Aanvoegende wijs — verleden
ik bakkeleide
jij / je bakkeleide
hij / zij / het bakkeleide
wij / we bakkeleiden
jullie bakkeleiden
zij / ze bakkeleiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bakkelei
jullie (archaïsch) bakkeleit

Onbepaalde vormen

Infinitief
bakkeleien
Tegenwoordig deelwoord
bakkeleiend
Voltooid deelwoord
gebakkeleid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary