HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← badderen — definición

Conjugation of badderen

Regular CEFR B2
/ˈbɑ.də.rə(n)/

het met veel gespetter nemen van een bad in water of stof door vogels Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik badder
jij / je baddert
hij / zij / het baddert
wij / we badderen
jullie badderen
zij / ze badderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik badderde
jij / je badderde
hij / zij / het badderde
wij / we badderden
jullie badderden
zij / ze badderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik baddere
jij / je baddere
hij / zij / het baddere
wij / we badderen
jullie badderen
zij / ze badderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik badderde
jij / je badderde
hij / zij / het badderde
wij / we badderden
jullie badderden
zij / ze badderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij badder
jullie (archaïsch) baddert

Onbepaalde vormen

Infinitief
badderen
Tegenwoordig deelwoord
badderend
Voltooid deelwoord
gebadderd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary