HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← baden — definición

Conjugation of baden

Regular CEFR C2
/ˈbaːdə(n)/

op een aangename manier omgeven zijn door iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik baad
jij / je baadt
hij / zij / het baadt
wij / we baden
jullie baden
zij / ze baden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik baadde
jij / je baadde
hij / zij / het baadde
wij / we baadden
jullie baadden
zij / ze baadden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bade
jij / je bade
hij / zij / het bade
wij / we baden
jullie baden
zij / ze baden
Aanvoegende wijs — verleden
ik baadde
jij / je baadde
hij / zij / het baadde
wij / we baadden
jullie baadden
zij / ze baadden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij baad
jullie (archaïsch) baadt

Onbepaalde vormen

Infinitief
baden
Tegenwoordig deelwoord
badend
Voltooid deelwoord
gebaad

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary