HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← assisteren — definición

Conjugation of assisteren

Regular CEFR C2
/ɑsiˈsteːrə(n)/

een helpende hand bieden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik assisteer
jij / je assisteert
hij / zij / het assisteert
wij / we assisteren
jullie assisteren
zij / ze assisteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik assisteerde
jij / je assisteerde
hij / zij / het assisteerde
wij / we assisteerden
jullie assisteerden
zij / ze assisteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik assistere
jij / je assistere
hij / zij / het assistere
wij / we assisteren
jullie assisteren
zij / ze assisteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik assisteerde
jij / je assisteerde
hij / zij / het assisteerde
wij / we assisteerden
jullie assisteerden
zij / ze assisteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij assisteer
jullie (archaïsch) assisteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
assisteren
Tegenwoordig deelwoord
assisterend
Voltooid deelwoord
geassisteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary