HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← associëren — definición

Conjugation of associëren

Regular CEFR C2
/ɑsoːsiˈeːrə(n)/

een betrekking leggen tussen twee begrippen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik associeer
jij / je associeert
hij / zij / het associeert
wij / we associëren
jullie associëren
zij / ze associëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik associeerde
jij / je associeerde
hij / zij / het associeerde
wij / we associeerden
jullie associeerden
zij / ze associeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik associëre
jij / je associëre
hij / zij / het associëre
wij / we associëren
jullie associëren
zij / ze associëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik associeerde
jij / je associeerde
hij / zij / het associeerde
wij / we associeerden
jullie associeerden
zij / ze associeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij associeer
jullie (archaïsch) associeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
associëren
Tegenwoordig deelwoord
associërend
Voltooid deelwoord
geassocieerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary