HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← arroseren — definición

Conjugation of arroseren

Regular CEFR B2
/ɑroːˈzeːrə(n)/

bedruipen van ingrediënten tijdens bakken, braden of grillen; meestal met vet of olie Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik arroseer
jij / je arroseert
hij / zij / het arroseert
wij / we arroseren
jullie arroseren
zij / ze arroseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik arroseerde
jij / je arroseerde
hij / zij / het arroseerde
wij / we arroseerden
jullie arroseerden
zij / ze arroseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik arrosere
jij / je arrosere
hij / zij / het arrosere
wij / we arroseren
jullie arroseren
zij / ze arroseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik arroseerde
jij / je arroseerde
hij / zij / het arroseerde
wij / we arroseerden
jullie arroseerden
zij / ze arroseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij arroseer
jullie (archaïsch) arroseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
arroseren
Tegenwoordig deelwoord
arroserend
Voltooid deelwoord
gearroseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary