HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← arriveren — definición

Conjugation of arriveren

Regular CEFR C1
/ˌɑriˈveːrə(n)/

de bestemming bereiken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik arriveer
jij / je arriveert
hij / zij / het arriveert
wij / we arriveren
jullie arriveren
zij / ze arriveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik arriveerde
jij / je arriveerde
hij / zij / het arriveerde
wij / we arriveerden
jullie arriveerden
zij / ze arriveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik arrivere
jij / je arrivere
hij / zij / het arrivere
wij / we arriveren
jullie arriveren
zij / ze arriveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik arriveerde
jij / je arriveerde
hij / zij / het arriveerde
wij / we arriveerden
jullie arriveerden
zij / ze arriveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij arriveer
jullie (archaïsch) arriveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
arriveren
Tegenwoordig deelwoord
arriverend
Voltooid deelwoord
gearriveerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary