HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← amplificeren — definition

Conjugation of amplificeren

Regular CEFR C1
ɑm.pli.fiˈseː.rə(n)

vergroten, uitbreiden, versterken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik amplificeer
jij / je amplificeert
hij / zij / het amplificeert
wij / we amplificeren
jullie amplificeren
zij / ze amplificeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik amplificeerde
jij / je amplificeerde
hij / zij / het amplificeerde
wij / we amplificeerden
jullie amplificeerden
zij / ze amplificeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik amplificere
jij / je amplificere
hij / zij / het amplificere
wij / we amplificeren
jullie amplificeren
zij / ze amplificeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik amplificeerde
jij / je amplificeerde
hij / zij / het amplificeerde
wij / we amplificeerden
jullie amplificeerden
zij / ze amplificeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij amplificeer
jullie (archaïsch) amplificeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
amplificeren
Tegenwoordig deelwoord
amplificerend
Voltooid deelwoord
geamplificeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary