HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ambeteren — definición

Conjugation of ambeteren

Regular CEFR B2

iemand lastig vallen; iemand hinderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ambeteer
jij / je ambeteert
hij / zij / het ambeteert
wij / we ambeteren
jullie ambeteren
zij / ze ambeteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ambeteerde
jij / je ambeteerde
hij / zij / het ambeteerde
wij / we ambeteerden
jullie ambeteerden
zij / ze ambeteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ambetere
jij / je ambetere
hij / zij / het ambetere
wij / we ambeteren
jullie ambeteren
zij / ze ambeteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ambeteerde
jij / je ambeteerde
hij / zij / het ambeteerde
wij / we ambeteerden
jullie ambeteerden
zij / ze ambeteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ambeteer
jullie (archaïsch) ambeteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ambeteren
Tegenwoordig deelwoord
ambeterend
Voltooid deelwoord
geambeteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary