HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ambiëren — definición

Conjugation of ambiëren

Regular CEFR B2
/ɑmbiˈeːrə(n)/

naar iets streven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ambieer
jij / je ambieert
hij / zij / het ambieert
wij / we ambiëren
jullie ambiëren
zij / ze ambiëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ambieerde
jij / je ambieerde
hij / zij / het ambieerde
wij / we ambieerden
jullie ambieerden
zij / ze ambieerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ambiëre
jij / je ambiëre
hij / zij / het ambiëre
wij / we ambiëren
jullie ambiëren
zij / ze ambiëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ambieerde
jij / je ambieerde
hij / zij / het ambieerde
wij / we ambieerden
jullie ambieerden
zij / ze ambieerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ambieer
jullie (archaïsch) ambieert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ambiëren
Tegenwoordig deelwoord
ambiërend
Voltooid deelwoord
geambieerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary