HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← accelereren — definición

Conjugation of accelereren

Regular CEFR C1
/ɑk.sələˈreːrə(n)/

versnellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik accelereer
jij / je accelereert
hij / zij / het accelereert
wij / we accelereren
jullie accelereren
zij / ze accelereren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik accelereerde
jij / je accelereerde
hij / zij / het accelereerde
wij / we accelereerden
jullie accelereerden
zij / ze accelereerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik accelerere
jij / je accelerere
hij / zij / het accelerere
wij / we accelereren
jullie accelereren
zij / ze accelereren
Aanvoegende wijs — verleden
ik accelereerde
jij / je accelereerde
hij / zij / het accelereerde
wij / we accelereerden
jullie accelereerden
zij / ze accelereerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij accelereer
jullie (archaïsch) accelereert

Onbepaalde vormen

Infinitief
accelereren
Tegenwoordig deelwoord
accelererend
Voltooid deelwoord
geaccelereerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary