HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← accentueren — definición

Conjugation of accentueren

Regular CEFR C1
/ɑk.sɛntyˈeːrə(n)/

nadruk verdelen over Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik accentueer
jij / je accentueert
hij / zij / het accentueert
wij / we accentueren
jullie accentueren
zij / ze accentueren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik accentueerde
jij / je accentueerde
hij / zij / het accentueerde
wij / we accentueerden
jullie accentueerden
zij / ze accentueerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik accentuere
jij / je accentuere
hij / zij / het accentuere
wij / we accentueren
jullie accentueren
zij / ze accentueren
Aanvoegende wijs — verleden
ik accentueerde
jij / je accentueerde
hij / zij / het accentueerde
wij / we accentueerden
jullie accentueerden
zij / ze accentueerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij accentueer
jullie (archaïsch) accentueert

Onbepaalde vormen

Infinitief
accentueren
Tegenwoordig deelwoord
accentuerend
Voltooid deelwoord
geaccentueerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary