HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwoegen — definition

Conjugation of zwoegen

Regular CEFR C2
ˈzʋu.ɣə(n)

zwaar en moeilijk werk verrichten, ploeteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwoeg
jij / je zwoegt
hij / zij / het zwoegt
wij / we zwoegen
jullie zwoegen
zij / ze zwoegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwoegde
jij / je zwoegde
hij / zij / het zwoegde
wij / we zwoegden
jullie zwoegden
zij / ze zwoegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwoege
jij / je zwoege
hij / zij / het zwoege
wij / we zwoegen
jullie zwoegen
zij / ze zwoegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwoegde
jij / je zwoegde
hij / zij / het zwoegde
wij / we zwoegden
jullie zwoegden
zij / ze zwoegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwoeg
jullie (archaïsch) zwoegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwoegen
Tegenwoordig deelwoord
zwoegend
Voltooid deelwoord
gezwoegd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary