HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwiepen — definition

Conjugation of zwiepen

Regular CEFR B1
ˈzʋi.pə(n)

veerkrachtig doorbuigen en weer terugspringen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwiep
jij / je zwiept
hij / zij / het zwiept
wij / we zwiepen
jullie zwiepen
zij / ze zwiepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwiepte
jij / je zwiepte
hij / zij / het zwiepte
wij / we zwiepten
jullie zwiepten
zij / ze zwiepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwiepe
jij / je zwiepe
hij / zij / het zwiepe
wij / we zwiepen
jullie zwiepen
zij / ze zwiepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwiepte
jij / je zwiepte
hij / zij / het zwiepte
wij / we zwiepten
jullie zwiepten
zij / ze zwiepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwiep
jullie (archaïsch) zwiept

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwiepen
Tegenwoordig deelwoord
zwiepend
Voltooid deelwoord
gezwiept

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary