HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zweten — definition

Conjugation of zweten

Regular CEFR C1
ˈzʋeː.tə(n)

vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zweet
jij / je zweet
hij / zij / het zweet
wij / we zweten
jullie zweten
zij / ze zweten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zweette
jij / je zweette
hij / zij / het zweette
wij / we zweetten
jullie zweetten
zij / ze zweetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwete
jij / je zwete
hij / zij / het zwete
wij / we zweten
jullie zweten
zij / ze zweten
Aanvoegende wijs — verleden
ik zweette
jij / je zweette
hij / zij / het zweette
wij / we zweetten
jullie zweetten
zij / ze zweetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zweet
jullie (archaïsch) zweet

Onbepaalde vormen

Infinitief
zweten
Tegenwoordig deelwoord
zwetend
Voltooid deelwoord
gezweet

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary