HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwendelen — definition

Conjugation of zwendelen

Regular CEFR B2
ˈzʋɛndələ(n)

oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwendel
jij / je zwendelt
hij / zij / het zwendelt
wij / we zwendelen
jullie zwendelen
zij / ze zwendelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwendelde
jij / je zwendelde
hij / zij / het zwendelde
wij / we zwendelden
jullie zwendelden
zij / ze zwendelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwendele
jij / je zwendele
hij / zij / het zwendele
wij / we zwendelen
jullie zwendelen
zij / ze zwendelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwendelde
jij / je zwendelde
hij / zij / het zwendelde
wij / we zwendelden
jullie zwendelden
zij / ze zwendelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwendel
jullie (archaïsch) zwendelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwendelen
Tegenwoordig deelwoord
zwendelend
Voltooid deelwoord
gezwendeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary