HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwellen — definition

Conjugation of zwellen

Regular CEFR C2
ˈzʋɛlə(n)

in volume toenemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwel
jij / je zwelt
hij / zij / het zwelt
wij / we zwellen
jullie zwellen
zij / ze zwellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwol
jij / je zwol
hij / zij / het zwol
wij / we zwollen
jullie zwollen
zij / ze zwollen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwelle
jij / je zwelle
hij / zij / het zwelle
wij / we zwellen
jullie zwellen
zij / ze zwellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwolle
jij / je zwolle
hij / zij / het zwolle
wij / we zwollen
jullie zwollen
zij / ze zwollen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwel
jullie (archaïsch) zwelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwellen
Tegenwoordig deelwoord
zwellend
Voltooid deelwoord
gezwollen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary