HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwanzen — definición

Conjugation of zwanzen

Regular CEFR B1
/ˈzʋɑn.zə(n)/

leuteren, grappen maken, lollig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwans
jij / je zwanst
hij / zij / het zwanst
wij / we zwanzen
jullie zwanzen
zij / ze zwanzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwansde
jij / je zwansde
hij / zij / het zwansde
wij / we zwansden
jullie zwansden
zij / ze zwansden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwanze
jij / je zwanze
hij / zij / het zwanze
wij / we zwanzen
jullie zwanzen
zij / ze zwanzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwansde
jij / je zwansde
hij / zij / het zwansde
wij / we zwansden
jullie zwansden
zij / ze zwansden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwans
jullie (archaïsch) zwanst

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwanzen
Tegenwoordig deelwoord
zwanzend
Voltooid deelwoord
gezwansd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary