HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwalken — definition

Conjugation of zwalken

Regular CEFR B1
ˈzʋɑl.kən

doelloos en ongecontroleerd zich voortbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwalk
jij / je zwalkt
hij / zij / het zwalkt
wij / we zwalken
jullie zwalken
zij / ze zwalken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwalkte
jij / je zwalkte
hij / zij / het zwalkte
wij / we zwalkten
jullie zwalkten
zij / ze zwalkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwalke
jij / je zwalke
hij / zij / het zwalke
wij / we zwalken
jullie zwalken
zij / ze zwalken
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwalkte
jij / je zwalkte
hij / zij / het zwalkte
wij / we zwalkten
jullie zwalkten
zij / ze zwalkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwalk
jullie (archaïsch) zwalkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwalken
Tegenwoordig deelwoord
zwalkend
Voltooid deelwoord
gezwalkt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary