HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwabberen — definition

Conjugation of zwabberen

Regular CEFR B2
ˈzʋɑ.bə.rə(n)

heen en weer bewegen, zwalken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwabber
jij / je zwabbert
hij / zij / het zwabbert
wij / we zwabberen
jullie zwabberen
zij / ze zwabberen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwabberde
jij / je zwabberde
hij / zij / het zwabberde
wij / we zwabberden
jullie zwabberden
zij / ze zwabberden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwabbere
jij / je zwabbere
hij / zij / het zwabbere
wij / we zwabberen
jullie zwabberen
zij / ze zwabberen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwabberde
jij / je zwabberde
hij / zij / het zwabberde
wij / we zwabberden
jullie zwabberden
zij / ze zwabberden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwabber
jullie (archaïsch) zwabbert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwabberen
Tegenwoordig deelwoord
zwabberend
Voltooid deelwoord
gezwabberd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary