HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zouten — definición

Conjugation of zouten

Regular CEFR C2
/ˈzɑu̯.tə(n)/

met zout conserveren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zout
jij / je zout
hij / zij / het zout
wij / we zouten
jullie zouten
zij / ze zouten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoutte
jij / je zoutte
hij / zij / het zoutte
wij / we zoutten
jullie zoutten
zij / ze zoutten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zoute
jij / je zoute
hij / zij / het zoute
wij / we zouten
jullie zouten
zij / ze zouten
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoutte
jij / je zoutte
hij / zij / het zoutte
wij / we zoutten
jullie zoutten
zij / ze zoutten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zout
jullie (archaïsch) zout

Onbepaalde vormen

Infinitief
zouten
Tegenwoordig deelwoord
zoutend
Voltooid deelwoord
gezouten

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary