HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zonnen — definición

Conjugation of zonnen

Regular CEFR C2
/ˈzɔnə(n)/

licht en warm worden door zonnestraling, het schijnen van de zon Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zon
jij / je zont
hij / zij / het zont
wij / we zonnen
jullie zonnen
zij / ze zonnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zonde
jij / je zonde
hij / zij / het zonde
wij / we zonden
jullie zonden
zij / ze zonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zonne
jij / je zonne
hij / zij / het zonne
wij / we zonnen
jullie zonnen
zij / ze zonnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zonde
jij / je zonde
hij / zij / het zonde
wij / we zonden
jullie zonden
zij / ze zonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zon
jullie (archaïsch) zont

Onbepaalde vormen

Infinitief
zonnen
Tegenwoordig deelwoord
zonnend
Voltooid deelwoord
gezond

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary