HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zoneren — definition

Conjugation of zoneren

Regular CEFR B1

in zones verdelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zoneer
jij / je zoneert
hij / zij / het zoneert
wij / we zoneren
jullie zoneren
zij / ze zoneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoneerde
jij / je zoneerde
hij / zij / het zoneerde
wij / we zoneerden
jullie zoneerden
zij / ze zoneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zonere
jij / je zonere
hij / zij / het zonere
wij / we zoneren
jullie zoneren
zij / ze zoneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoneerde
jij / je zoneerde
hij / zij / het zoneerde
wij / we zoneerden
jullie zoneerden
zij / ze zoneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zoneer
jullie (archaïsch) zoneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zoneren
Tegenwoordig deelwoord
zonerend
Voltooid deelwoord
gezoneerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary