HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zomeren — definición

Conjugation of zomeren

Regular CEFR B1
/ˈzoː.mə.rə(n)/

typisch zomerweer vertonen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zomer
jij / je zomert
hij / zij / het zomert
wij / we zomeren
jullie zomeren
zij / ze zomeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zomerde
jij / je zomerde
hij / zij / het zomerde
wij / we zomerden
jullie zomerden
zij / ze zomerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zomere
jij / je zomere
hij / zij / het zomere
wij / we zomeren
jullie zomeren
zij / ze zomeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik zomerde
jij / je zomerde
hij / zij / het zomerde
wij / we zomerden
jullie zomerden
zij / ze zomerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zomer
jullie (archaïsch) zomert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zomeren
Tegenwoordig deelwoord
zomerend
Voltooid deelwoord
gezomerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary