HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zoeten — definition

Conjugation of zoeten

Regular CEFR B1
ˈzutə(n)

zoet maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zoet
jij / je zoet
hij / zij / het zoet
wij / we zoeten
jullie zoeten
zij / ze zoeten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoette
jij / je zoette
hij / zij / het zoette
wij / we zoetten
jullie zoetten
zij / ze zoetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zoete
jij / je zoete
hij / zij / het zoete
wij / we zoeten
jullie zoeten
zij / ze zoeten
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoette
jij / je zoette
hij / zij / het zoette
wij / we zoetten
jullie zoetten
zij / ze zoetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zoet
jullie (archaïsch) zoet

Onbepaalde vormen

Infinitief
zoeten
Tegenwoordig deelwoord
zoetend
Voltooid deelwoord
gezoet

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary