HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zoenen — definición

Conjugation of zoenen

Regular CEFR B1
/ˈzu.nə(n)/

met de mond liefkozen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zoen
jij / je zoent
hij / zij / het zoent
wij / we zoenen
jullie zoenen
zij / ze zoenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoende
jij / je zoende
hij / zij / het zoende
wij / we zoenden
jullie zoenden
zij / ze zoenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zoene
jij / je zoene
hij / zij / het zoene
wij / we zoenen
jullie zoenen
zij / ze zoenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoende
jij / je zoende
hij / zij / het zoende
wij / we zoenden
jullie zoenden
zij / ze zoenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zoen
jullie (archaïsch) zoent

Onbepaalde vormen

Infinitief
zoenen
Tegenwoordig deelwoord
zoenend
Voltooid deelwoord
gezoend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary