HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zoeven — definition

Conjugation of zoeven

Regular CEFR B1
ˈzuvə(n)

hoorbaar snel zich ergens heenbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zoef
jij / je zoeft
hij / zij / het zoeft
wij / we zoeven
jullie zoeven
zij / ze zoeven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoefde
jij / je zoefde
hij / zij / het zoefde
wij / we zoefden
jullie zoefden
zij / ze zoefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zoeve
jij / je zoeve
hij / zij / het zoeve
wij / we zoeven
jullie zoeven
zij / ze zoeven
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoefde
jij / je zoefde
hij / zij / het zoefde
wij / we zoefden
jullie zoefden
zij / ze zoefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zoef
jullie (archaïsch) zoeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
zoeven
Tegenwoordig deelwoord
zoevend
Voltooid deelwoord
gezoefd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary