HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zitskiën — definition

Conjugation of zitskiën

Regular CEFR B2
ˈzɪtˌski.ə(n)

to sitski Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zitski
jij / je zitskiet
hij / zij / het zitskiet
wij / we zitskiën
jullie zitskiën
zij / ze zitskiën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zitskiede
jij / je zitskiede
hij / zij / het zitskiede
wij / we zitskieden
jullie zitskieden
zij / ze zitskieden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zitskië
jij / je zitskië
hij / zij / het zitskië
wij / we zitskiën
jullie zitskiën
zij / ze zitskiën
Aanvoegende wijs — verleden
ik zitskiede
jij / je zitskiede
hij / zij / het zitskiede
wij / we zitskieden
jullie zitskieden
zij / ze zitskieden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zitski
jullie (archaïsch) zitskiet

Onbepaalde vormen

Infinitief
zitskiën
Tegenwoordig deelwoord
zitskiënd
Voltooid deelwoord
gezitskied

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary