HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zinspelen — definition

Conjugation of zinspelen

Regular CEFR B2
ˈzɪn.speː.lə(n)

~ op op minder duidelijke wijze aan iets refereren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zinspeel
jij / je zinspeelt
hij / zij / het zinspeelt
wij / we zinspelen
jullie zinspelen
zij / ze zinspelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zinspeelde
jij / je zinspeelde
hij / zij / het zinspeelde
wij / we zinspeelden
jullie zinspeelden
zij / ze zinspeelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zinspele
jij / je zinspele
hij / zij / het zinspele
wij / we zinspelen
jullie zinspelen
zij / ze zinspelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zinspeelde
jij / je zinspeelde
hij / zij / het zinspeelde
wij / we zinspeelden
jullie zinspeelden
zij / ze zinspeelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zinspeel
jullie (archaïsch) zinspeelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zinspelen
Tegenwoordig deelwoord
zinspelend
Voltooid deelwoord
gezinspeeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary