HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zigzaggen — definition

Conjugation of zigzaggen

Regular CEFR B2
ˈzɪxˌzɑ.ɣə(n)

een koers volgen die dan weer de ene kant dan weer de andere kant heengaat Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zigzag
jij / je zigzagt
hij / zij / het zigzagt
wij / we zigzaggen
jullie zigzaggen
zij / ze zigzaggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zigzagde
jij / je zigzagde
hij / zij / het zigzagde
wij / we zigzagden
jullie zigzagden
zij / ze zigzagden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zigzagge
jij / je zigzagge
hij / zij / het zigzagge
wij / we zigzaggen
jullie zigzaggen
zij / ze zigzaggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zigzagde
jij / je zigzagde
hij / zij / het zigzagde
wij / we zigzagden
jullie zigzagden
zij / ze zigzagden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zigzag
jullie (archaïsch) zigzagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zigzaggen
Tegenwoordig deelwoord
zigzaggend
Voltooid deelwoord
gezigzagd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary