HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zeveren — definition

Conjugation of zeveren

Regular CEFR B1
ˈzeːvərə(n)

langdurig en schijnbaar oeverloos over details praten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zever
jij / je zevert
hij / zij / het zevert
wij / we zeveren
jullie zeveren
zij / ze zeveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zeverde
jij / je zeverde
hij / zij / het zeverde
wij / we zeverden
jullie zeverden
zij / ze zeverden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zevere
jij / je zevere
hij / zij / het zevere
wij / we zeveren
jullie zeveren
zij / ze zeveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik zeverde
jij / je zeverde
hij / zij / het zeverde
wij / we zeverden
jullie zeverden
zij / ze zeverden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zever
jullie (archaïsch) zevert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zeveren
Tegenwoordig deelwoord
zeverend
Voltooid deelwoord
gezeverd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary