HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zenden — definition

Conjugation of zenden

Regular CEFR C1
ˈzɛndə(n)

sturen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zend
jij / je zendt
hij / zij / het zendt
wij / we zenden
jullie zenden
zij / ze zenden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zond
jij / je zond
hij / zij / het zond
wij / we zonden
jullie zonden
zij / ze zonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zende
jij / je zende
hij / zij / het zende
wij / we zenden
jullie zenden
zij / ze zenden
Aanvoegende wijs — verleden
ik zonde
jij / je zonde
hij / zij / het zonde
wij / we zonden
jullie zonden
zij / ze zonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zend
jullie (archaïsch) zendt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zenden
Tegenwoordig deelwoord
zendend
Voltooid deelwoord
gezonden

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary