HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zemelen — definition

Conjugation of zemelen

Regular CEFR C2
ˈzeː.mə.lə(n)

zeuren, langdurig doorpraten over iets dat van weinig belang is Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zemel
jij / je zemelt
hij / zij / het zemelt
wij / we zemelen
jullie zemelen
zij / ze zemelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zemelde
jij / je zemelde
hij / zij / het zemelde
wij / we zemelden
jullie zemelden
zij / ze zemelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zemele
jij / je zemele
hij / zij / het zemele
wij / we zemelen
jullie zemelen
zij / ze zemelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zemelde
jij / je zemelde
hij / zij / het zemelde
wij / we zemelden
jullie zemelden
zij / ze zemelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zemel
jullie (archaïsch) zemelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zemelen
Tegenwoordig deelwoord
zemelend
Voltooid deelwoord
gezemeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary