HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zeilen — definition

Conjugation of zeilen

Regular CEFR C1
ˈzɛi̯.lə(n)

ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zeil
jij / je zeilt
hij / zij / het zeilt
wij / we zeilen
jullie zeilen
zij / ze zeilen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zeilde
jij / je zeilde
hij / zij / het zeilde
wij / we zeilden
jullie zeilden
zij / ze zeilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zeile
jij / je zeile
hij / zij / het zeile
wij / we zeilen
jullie zeilen
zij / ze zeilen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zeilde
jij / je zeilde
hij / zij / het zeilde
wij / we zeilden
jullie zeilden
zij / ze zeilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zeil
jullie (archaïsch) zeilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zeilen
Tegenwoordig deelwoord
zeilend
Voltooid deelwoord
gezeild

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary