HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zeiken — definition

Conjugation of zeiken

Regular CEFR C2
ˈzɛi̯.kə(n)

veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zeik
jij / je zeikt
hij / zij / het zeikt
wij / we zeiken
jullie zeiken
zij / ze zeiken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zeek
jij / je zeek
hij / zij / het zeek
wij / we zeken
jullie zeken
zij / ze zeken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zeike
jij / je zeike
hij / zij / het zeike
wij / we zeiken
jullie zeiken
zij / ze zeiken
Aanvoegende wijs — verleden
ik zeke
jij / je zeke
hij / zij / het zeke
wij / we zeken
jullie zeken
zij / ze zeken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zeik
jullie (archaïsch) zeikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zeiken
Tegenwoordig deelwoord
zeikend
Voltooid deelwoord
gezeken

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary