HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zegenen — definición

Conjugation of zegenen

Regular CEFR C1
/ˈzeː.ɣə.nə(n)/

de zegen geven; goedkeuring geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zegen
jij / je zegent
hij / zij / het zegent
wij / we zegenen
jullie zegenen
zij / ze zegenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zegende
jij / je zegende
hij / zij / het zegende
wij / we zegenden
jullie zegenden
zij / ze zegenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zegene
jij / je zegene
hij / zij / het zegene
wij / we zegenen
jullie zegenen
zij / ze zegenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zegende
jij / je zegende
hij / zij / het zegende
wij / we zegenden
jullie zegenden
zij / ze zegenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zegen
jullie (archaïsch) zegent

Onbepaalde vormen

Infinitief
zegenen
Tegenwoordig deelwoord
zegenend
Voltooid deelwoord
gezegend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary