HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zamelen — definición

Conjugation of zamelen

Regular CEFR C2
/ˈzaː.mə.lə(n)/

beetje bij beetje bijeenbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zamel
jij / je zamelt
hij / zij / het zamelt
wij / we zamelen
jullie zamelen
zij / ze zamelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zamelde
jij / je zamelde
hij / zij / het zamelde
wij / we zamelden
jullie zamelden
zij / ze zamelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zamele
jij / je zamele
hij / zij / het zamele
wij / we zamelen
jullie zamelen
zij / ze zamelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zamelde
jij / je zamelde
hij / zij / het zamelde
wij / we zamelden
jullie zamelden
zij / ze zamelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zamel
jullie (archaïsch) zamelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zamelen
Tegenwoordig deelwoord
zamelend
Voltooid deelwoord
gezameld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary