HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zaligen — definición

Conjugation of zaligen

Regular CEFR B1
/ˈzaː.lə.ɣə(n)/

rechtvaardigen tegenover God Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zalig
jij / je zaligt
hij / zij / het zaligt
wij / we zaligen
jullie zaligen
zij / ze zaligen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zaligde
jij / je zaligde
hij / zij / het zaligde
wij / we zaligden
jullie zaligden
zij / ze zaligden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zalige
jij / je zalige
hij / zij / het zalige
wij / we zaligen
jullie zaligen
zij / ze zaligen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zaligde
jij / je zaligde
hij / zij / het zaligde
wij / we zaligden
jullie zaligden
zij / ze zaligden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zalig
jullie (archaïsch) zaligt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zaligen
Tegenwoordig deelwoord
zaligend
Voltooid deelwoord
gezaligd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary