HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zadelen — definición

Conjugation of zadelen

Regular CEFR C2
/ˈzaː.də.lə(n)/

een zadel plaatsen op een rijdier Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zadel
jij / je zadelt
hij / zij / het zadelt
wij / we zadelen
jullie zadelen
zij / ze zadelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zadelde
jij / je zadelde
hij / zij / het zadelde
wij / we zadelden
jullie zadelden
zij / ze zadelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zadele
jij / je zadele
hij / zij / het zadele
wij / we zadelen
jullie zadelen
zij / ze zadelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zadelde
jij / je zadelde
hij / zij / het zadelde
wij / we zadelden
jullie zadelden
zij / ze zadelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zadel
jullie (archaïsch) zadelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zadelen
Tegenwoordig deelwoord
zadelend
Voltooid deelwoord
gezadeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary