HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zabberen — definition

Conjugation of zabberen

Regular CEFR B2
ˈzɑ.bə.rə(n)

knoeien of kliederen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zabber
jij / je zabbert
hij / zij / het zabbert
wij / we zabberen
jullie zabberen
zij / ze zabberen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zabberde
jij / je zabberde
hij / zij / het zabberde
wij / we zabberden
jullie zabberden
zij / ze zabberden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zabbere
jij / je zabbere
hij / zij / het zabbere
wij / we zabberen
jullie zabberen
zij / ze zabberen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zabberde
jij / je zabberde
hij / zij / het zabberde
wij / we zabberden
jullie zabberden
zij / ze zabberden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zabber
jullie (archaïsch) zabbert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zabberen
Tegenwoordig deelwoord
zabberend
Voltooid deelwoord
gezabberd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary