HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zabben — definición

Conjugation of zabben

Regular CEFR B1
/ˈzɑbə(n)/

vochtig zoenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zab
jij / je zabt
hij / zij / het zabt
wij / we zabben
jullie zabben
zij / ze zabben
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zabde
jij / je zabde
hij / zij / het zabde
wij / we zabden
jullie zabden
zij / ze zabden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zabbe
jij / je zabbe
hij / zij / het zabbe
wij / we zabben
jullie zabben
zij / ze zabben
Aanvoegende wijs — verleden
ik zabde
jij / je zabde
hij / zij / het zabde
wij / we zabden
jullie zabden
zij / ze zabden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zab
jullie (archaïsch) zabt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zabben
Tegenwoordig deelwoord
zabbend
Voltooid deelwoord
gezabd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary