HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← woekeren — definition

Conjugation of woekeren

Regular CEFR B2
ˈʋukərə(n)

woeker drijven, iemand in een dwangpositite exorbitant hoge rentes opleggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik woeker
jij / je woekert
hij / zij / het woekert
wij / we woekeren
jullie woekeren
zij / ze woekeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik woekerde
jij / je woekerde
hij / zij / het woekerde
wij / we woekerden
jullie woekerden
zij / ze woekerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik woekere
jij / je woekere
hij / zij / het woekere
wij / we woekeren
jullie woekeren
zij / ze woekeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik woekerde
jij / je woekerde
hij / zij / het woekerde
wij / we woekerden
jullie woekerden
zij / ze woekerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij woeker
jullie (archaïsch) woekert

Onbepaalde vormen

Infinitief
woekeren
Tegenwoordig deelwoord
woekerend
Voltooid deelwoord
gewoekerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary