HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wissen — definition

Conjugation of wissen

Regular CEFR B2
ˈʋɪ.sə(n)

het niet meer laten bestaan van Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wis
jij / je wist
hij / zij / het wist
wij / we wissen
jullie wissen
zij / ze wissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wiste
jij / je wiste
hij / zij / het wiste
wij / we wisten
jullie wisten
zij / ze wisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wisse
jij / je wisse
hij / zij / het wisse
wij / we wissen
jullie wissen
zij / ze wissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wiste
jij / je wiste
hij / zij / het wiste
wij / we wisten
jullie wisten
zij / ze wisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wis
jullie (archaïsch) wist

Onbepaalde vormen

Infinitief
wissen
Tegenwoordig deelwoord
wissend
Voltooid deelwoord
gewist

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary