HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wisselen — definición

Conjugation of wisselen

Regular CEFR B2
/ˈʋɪsələ(n)/

wisselen van woorden of gedachten: met elkaar praten; voeren van een gesprek Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wissel
jij / je wisselt
hij / zij / het wisselt
wij / we wisselen
jullie wisselen
zij / ze wisselen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wisselde
jij / je wisselde
hij / zij / het wisselde
wij / we wisselden
jullie wisselden
zij / ze wisselden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wissele
jij / je wissele
hij / zij / het wissele
wij / we wisselen
jullie wisselen
zij / ze wisselen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wisselde
jij / je wisselde
hij / zij / het wisselde
wij / we wisselden
jullie wisselden
zij / ze wisselden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wissel
jullie (archaïsch) wisselt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wisselen
Tegenwoordig deelwoord
wisselend
Voltooid deelwoord
gewisseld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary