HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wintersporten — definición

Conjugation of wintersporten

Regular CEFR C1

to practice (a) winter sport(s) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wintersport
jij / je wintersport
hij / zij / het wintersport
wij / we wintersporten
jullie wintersporten
zij / ze wintersporten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wintersportte
jij / je wintersportte
hij / zij / het wintersportte
wij / we wintersportten
jullie wintersportten
zij / ze wintersportten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wintersporte
jij / je wintersporte
hij / zij / het wintersporte
wij / we wintersporten
jullie wintersporten
zij / ze wintersporten
Aanvoegende wijs — verleden
ik wintersportte
jij / je wintersportte
hij / zij / het wintersportte
wij / we wintersportten
jullie wintersportten
zij / ze wintersportten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wintersport
jullie (archaïsch) wintersport

Onbepaalde vormen

Infinitief
wintersporten
Tegenwoordig deelwoord
wintersportend
Voltooid deelwoord
gewintersport

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary