HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wiezen — definition

Conjugation of wiezen

Regular CEFR B1
ˈʋi.zə(n)

Het gelijknamig kaartspel spelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wies
jij / je wiest
hij / zij / het wiest
wij / we wiezen
jullie wiezen
zij / ze wiezen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wiesde
jij / je wiesde
hij / zij / het wiesde
wij / we wiesden
jullie wiesden
zij / ze wiesden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wieze
jij / je wieze
hij / zij / het wieze
wij / we wiezen
jullie wiezen
zij / ze wiezen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wiesde
jij / je wiesde
hij / zij / het wiesde
wij / we wiesden
jullie wiesden
zij / ze wiesden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wies
jullie (archaïsch) wiest

Onbepaalde vormen

Infinitief
wiezen
Tegenwoordig deelwoord
wiezend
Voltooid deelwoord
gewiesd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary