HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wieleren — definition

Conjugation of wieleren

Regular CEFR B2
ˈʋi.lə.rə(n)

to cycle, to ride a bicycle Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wieler
jij / je wielert
hij / zij / het wielert
wij / we wieleren
jullie wieleren
zij / ze wieleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wielerde
jij / je wielerde
hij / zij / het wielerde
wij / we wielerden
jullie wielerden
zij / ze wielerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wielere
jij / je wielere
hij / zij / het wielere
wij / we wieleren
jullie wieleren
zij / ze wieleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik wielerde
jij / je wielerde
hij / zij / het wielerde
wij / we wielerden
jullie wielerden
zij / ze wielerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wieler
jullie (archaïsch) wielert

Onbepaalde vormen

Infinitief
wieleren
Tegenwoordig deelwoord
wielerend
Voltooid deelwoord
gewielerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary